Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente Winterswijk om risico’s op te vangen zonder dat de normale bedrijfsgang daardoor wordt verstoord. Het gaat hierbij om risico’s waarvoor geen voorziening of verzekering is afgesloten. Het weerstandsvermogen geeft daarmee inzicht in de gezondheid van de financiële positie van de gemeente op langere termijn.
Risico’s komen af en toe voor, zoals eenmalige negatieve exploitatieresultaten. Deze risico’s worden gedekt vanuit de algemene reserve. De algemene reserve vormt daarmee de incidentele weerstandscapaciteit.
Als risico’s een structureel karakter krijgen en daarmee over meerdere jaren tot significant hogere uitgaven leiden, is de algemene reserve onvoldoende. Dan wordt de structurele weerstandscapaciteit aangesproken. Deze bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de capaciteit op grond van de overige heffingen.
Incidentele weerstandscapaciteit
Onze incidentele weerstandscapaciteit fungeert als financiële buffer. Dit deel van onze reserves kunnen we naar keuze inzetten. Hiervoor wordt een norm gehanteerd van € 60 per inwoner (€ 1,76 miljoen).
De algemene reserve bedraagt eind 2025 per saldo € 42,6 miljoen. Daarnaast kent de gemeente Winterswijk een aantal bestemmingsreserves, zoals de bestemmingsreserve Organisatieontwikkeling en de bestemmingsreserve Instandhouding voorzieningen. In tegenstelling tot reserves zijn voorzieningen nodig voor een normale bedrijfsvoering. De voorzieningen zijn vastgesteld op het niveau van het geschatte verlies of de geschatte verplichting.
Voor onvoorziene uitgaven was een bedrag van € 1,25 per inwoner opgenomen in de begroting. Voor een beroep op deze stelpost moet het betreffende voorstel voldoen aan de drie o’s: het moet onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn. In 2025 is hierop geen beroep gedaan.
Structurele weerstandscapaciteit
In het coalitieakkoord staat dat we als doel hebben dat de lokale lasten niet harder stijgen dan de jaarlijkse prijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2025 zijn we binnen deze kaders gebleven. Het uitgangspunt voor gemeentelijke tarieven, leges en heffingen is 100% kostendekkendheid. Op basis van de realisatie over 2025 zouden de leges, marktgelden en grafrechten nog ruimte bieden.
Als zich structureel hogere risico’s voordoen, kunnen we andere kosten niet altijd jaarlijks met eenzelfde bedrag verlagen. We moeten onze inkomsten dan juist verhogen. Een alternatief is om de extra kosten uit de reserves te financieren, maar deze reserves zijn eindig. Voordat we een beroep kunnen doen op extra financiering van het Rijk, moeten we eerst onze eventuele belastingcapaciteit benutten. Het Rijk heeft een norm gesteld tot welk niveau het nog aanvaardbaar is lokale belastingen te verhogen. Dit is de artikel 12-norm.
De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat de gemeente aan extra belastinginkomsten kan genereren binnen de hiervoor geldende wet- en regelgeving. Voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt gebruikgemaakt van de normen die gelden voor het zogenoemde artikel 12-beleid. Hierbij wordt gekeken naar de maximale eigen opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB), rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor rioolheffing en afvalstoffenheffing geldt dat er wordt gestreefd naar 100% kostendekkende tarieven. Vandaar dat deze bij het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit buiten beschouwing worden gelaten. Of de OZB-tarieven kunnen stijgen ten opzichte van de artikel 12-norm wordt jaarlijks berekend. Bij de berekening wordt uitgegaan van de artikel 12-norm uit de meest recente circulaire van het Rijk. De onbenutte belastingcapaciteit is bepaald op € 1,2 miljoen per jaar.
Samenvatting totaal weerstandsvermogen
Het is belangrijk dat we voldoende dekking hebben. Deze dekking, ofwel ons totale weerstandsvermogen, is per 31 december 2025 als volgt opgebouwd:
Incidenteel: algemene reserve € 42,6 miljoen.
Structureel: onbenutte belastingcapaciteit afgerond € 1,2 miljoen per jaar.